De kus

De kus
Column door Marco Visser

Terwijl hij nog sprak –
een menigte!
En hij, die Judas wordt genoemd – een van de twaalf –,
ging voor hen uit;
hij kwam dichtbij Jezus om hem te kussen.
Jezus zei hem:
‘Judas, met een kus lever je de mensenzoon over?’

(Lukas 22:47-48)

Oud zijn ze en voortgeschreden in hun dagen. Zij kan bijna niet meer lopen, hij helemaal niet meer. Zij duwt hem in zijn rolstoel voort. Een zonnige, niet meer zo heel koude dag in maart. Grijs en wankel zijn ze, een leven lang hebben ze met elkaar geleefd, zijn ze aan elkaar gewend en gehecht. Dan houdt ze aan. De rolstoel staat stil, kan ze niet verder? Ze loopt langzaam twee passen om haar liefde in zijn rolstoel heen, buigt zich voorover en kust hem zacht. Even maar, haar mond beroert zijn oude huid, hij kijkt haar aan.
.
De school is uit. Ze hebben afgesproken in het park. Er moet nog veel gebeuren, huiswerk, instagram. ‘Even kunnen we elkaar zien,’ had ze gezegd. Maar ‘even’ is een eeuwigheid, als ze elkaar naderen, elkaar met hun ogen vasthouden, hun gezichten dicht bij elkaar, als ze elkaar in- en uitademen.
.
‘Lang niet gezien!’ Twee oude vrienden ontmoeten elkaar bij een wederzijdse kennis. Een feestje. Ogen lichten op. Als vanzelf grijpen ze elkaar vast, omarmen elkaar, geven elkaar drie klinkende kussen. De avond is te kort voor hun gesprek.
.
Het kind struikelt, valt. Van schrik en pijn huilt ze, zo hard ze kan. ‘Kom gauw hier!’ Haar vader tilt haar op. ‘Waar doet het pijn?’ ‘Hier.’ Hij doet er een kus op. En nog één. ‘Nu weer vrolijk,’ zegt ze en wurmt zich uit de armen van papa om verder te spelen.
.
Wat is een kus? Ik geef jou mijn gezicht, jij mij het jouwe. Een kus is aanvaarde kwetsbaarheid. Broos lichaam. Om te koesteren, om zuinig op te zijn. Goed je te zien, wees wie je bent. Mijn geliefde, mijn kind, mijn vriend.

 
terug