Tuinmens

Tuinmens
(Column door Marco Visser)

Wie is de mens? Wat is menselijk? Actuele vragen. Wij zoeken daarnaar, in de wereld waarin wij leven, deze tijd vol crises: wat is het goede mensenleven? Hoe kan dat lukken, wat is daarvoor nodig? Misschien helpt het verhaal ons. Meteen op bladzijde 2 van de Bijbel gaat het over de mens. En wat is dan het eerste wat er over die mens gezegd moet worden? Dat ‘ie wordt geschapen… als tuinmens. Hij wordt gemaakt, stof van de akker, zo staat het er poëtisch; en dan wordt hij in een tuin neergezet. De Hof van Eden. Het paradijs, zo heeft de latere traditie het vertaald, maar dat woord staat er niet, het is gewoon een tuin.

Dat is iets anders dan de natuur. Voor ons is de natuur mooi. Een plek om uit wandelen te gaan, een vakantiebestemming. Sommigen vertellen dat ze in de natuur zelfs iets van God ervaren. De Bijbel niet. In de Bijbel is de natuur dreiging, chaos. Daar ben je niet veilig. Daarom wordt het in Genesis 2 zo verteld. Als de mens geschapen wordt, dan wordt ‘ie niet in de natuur aan z’n lot overgelaten, maar in een tuin gezet. Waar de natuur op orde gebracht is en de chaos beteugeld. Een tuin is een omheinde, beschutte plek, waar je veilig bent. De mens is geschapen om veilig te zijn.

Maar het is een verhaal tégen de feiten. Want de wereld is geen tuin. Hier geldt het recht van de sterkste. Maar al te vaak, voor zoveel mensen, is de wereld hard en onherbergzaam. De tuin van het verhaal is een visioen.

In de jaren 1888-1890 verblijft Vincent van Gogh in Zuid-Frankrijk. Hij wil aan de drukte van Parijs ontsnappen, maar is misschien ook wel op de vlucht voor de chaos in zijn hoofd. In deze periode schildert hij een aantal keren een tuin. Kleur, licht, vrede… je zou er zo in willen stappen. En dan te bedenken dat het leven voor Van Gogh in de tijd waarin hij dit op het doek zet, juist steeds donkerder wordt, dat de waanzin hem steeds meer te pakken krijgt. De tuin is tegen alles in geschilderd. Tegen de feiten.

Daarom staat er in Genesis 2 nog iets bij. Als de mens dan in de tuin is gezet, als geschenk, als plek om te leven, dan worden er twee werkwoorden bij geschreven: …om die te dienen en te behoeden. De tuin is niet vanzelfsprekend. Blijf dan niet suf zitten kijken, maar pak aan. Dienen en behoeden. Ga het onrecht te lijf, dat groeit als onkruid. Zaai het zaad van de vriendschap. Schoffel de wereld een beetje eerlijker, een beetje duurzamer en schoner. Tuinmens, in vredesnaam, doe mee.

(Beeld: Vincent van Gogh, Tuin te Arles, 1888, Kunstmuseum Den Haag)

 
terug