Mens, waar is je broeder?

Mens, waar is je broeder?
Column door Marco Visser

- Waar is je broer?
- Weet ik niet. Ben ik mijn broeders hoeder?

Het is dé vraag van het verhaal. Misschien ook wel dé vraag voor ieder mens. Waar is je broer? Mens, waar is je zusje?

De eerste hoofdstukken van de Bijbel vertellen de condition humaine. Wie of wat is de mens, wie zijn wij? En dan verschijnen er al gauw twee broers op het toneel, Kaïn en Abel. Het moet over broederschap gaan. Want dat is ten diepste menselijk: dat mensen bij elkaar horen en op elkaar aangewezen zijn. Dat we het samen zien te redden.

Wie zijn ze, die twee? Kaïn, zijn naam komt van het Hebreeuwse woord voor voortbrengen. Hij is de mens in zijn kracht, de mens die wat kán. Abel betekent damp, windvlaag. Abel is de bijna-naamloze, zo goed als niets, de mens in z’n kwetsbaarheid. En ja, zo vertelt het verhaal, jij bent zijn hoeder. Ja, jij bent er voor haar, om naar haar om te zien.

Er komt trouwens onherroepelijk een keer een moment dat je ontdekt, dat je zelf Abel bent. Je kunt zomaar van plek wisselen. Dan ben je het zelf, opgebrand, omgevallen, aangewezen op iemand die een beetje jouw hoeder wil zijn. Als je ziek wordt en niet meer verder kunt. Als je oud wordt en aan alle kanten afhankelijk. Wij leven in een tijd, lijkt me, waarin we het maar wat moeilijk hebben met deze kwetsbaarheid. Een wijze vrouw zei me laatst: ‘Onze tijd verdringt alle pijn, we leven in een totale ontkenning van alles wat kwetsbaar in ons is. Het is oorlog, we zijn bang, alles is onzeker, maar we hebben het er maar nauwelijks over. We doen net alsof alles gewoon zomaar doorgaat.’

Het bijbelse oerverhaal benoemt onze broosheid. Zijn naam is Abel. Alle aandacht gaat naar hem. Het verhaal is één schreeuw om ‘niet-onverschilligheid’, zoals de filosoof Emmanuel Levinas het noemt. Meer dan ooit is het nodig: dat je je laat raken. Dat Abel je niet koud laat, die ander, die je tegelijkertijd ergens ook zelf bent. Dat die voorrang heeft.

De cruciale hemelse vraag is: Mens, waar is je broeder? Maar Kaïns antwoord: ‘Weet ik niet. Ben ik mijn broeders hoeder?’ Pijnlijk is het, dat meteen al op bladzijde 4 van de Bijbel de moord verteld wordt. Dat de een de ander niet naast zich wil hebben. Dat we onze kwetsbare naaste niet verdragen. Maar hoe – in Gods naam – hebben we dan nog een toekomst? Het verhaal kijkt mij aan en roept me, vraagt me, daagt me uit.

 
terug